De geheime kluis

Ik sta in De Telegraaf! Een pagina over mijn klusbedrijf. Klusbedrijf Karin van der Waals.

Naast het interview prijkt een full color afbeelding van mij in m'n overall op de fiets.

Ik heb nog nooit zó mooi op een foto gestaan.
Ik straal!

 

Foto op de fietskar

Een vriend, die bij een reclamedrukwerk bedrijf werkt, print de foto als sticker op A1 formaat. Ik krijg er twee. 
Ik plak er een op mijn fietskar, voor reclame, de andere bewaar ik.

Met grote letters schrijf ik mijn naam boven de foto. Trots als een pauw fiets ik met een glimlach van oor tot oor met mijn fietsbakkie door de stad.

Klus in kinderdagverblijf

Ik heb een klus in de Jordaan in een kinderdagverblijf. Er moet een kluis aan de muur gemonteerd worden.
Hier en daar een hekwerkje en een aantal kinderbedjes, die gerepareerd moeten worden.

Op zich een makkelijke klus. Ik koop de benodigde materialen en fiets met mijn bakkie vol gereedschap en materialen naar de Jordaan. De Jordaan is onder andere beroemd om zijn vele bruggen.

Door gebrek aan oriëntatie kan ik het kinderdagverblijf niet meer vinden. Ik fiets brug op brug af... het zweet loopt me van de rug... Na wat gevraag vind ik eindelijk het juiste adres.

Een beetje verliefd?

De verschillende groepen met baby's en peuters lopen trapsgewijs door het gebouw. Ik repareer een hekje bij de babyafdeling. Eén van de begeleidsters met een waterige blik, die waarschijnlijk verliefd is, heeft een baby op schoot met nét iets te hard Marco Borsato op de achtergrond. Ik kijk haar vreemd aan en ik krijg een: 'Wát nou?' blik terug.

Geheime plek

Na de klusjes stop ik mijn gereedschap in mijn kist en vraag aan één van de medewerkers waar de kluis moet hangen. 
Met een geheimzinnigheid alsof het om kroon van Maxima gaat, word ik naar een geheime plek geloodst.

De kluis komt in een donkere, muffige kast te hangen. Ik hoef alleen maar twee gaten in de muur te boren om de kluis vast te schroeven.De plank waarop hij komt te staan, hangt al. Ik kan me reet niet keren en stoot me keer op keer.

Mijn arme neus

De kluis is klein en loodzwaar. Na wat passen en meten zet ik de kluis op de plank, om te kijken of alles klopt. 
Na een dubbel check pak ik de kluis van het plankje om hem op de grond te zetten alvorens ik ga boren.

Als ik de kluis vastheb, schiet het deurtje open, recht tegen mijn neus... Gelukkig hou ik mijn kop erbij en zet het kreng op de grond. Ik gooi er een vloek uit en zie sterretjes. Ik ben bang dat mijn neus gebroken is.

Blauwe kringen

Knipperend loop ik naar de wc en zie in de spiegel lelijke blauwe kringen onder mijn ogen opdoemen. Ik zie lijkwit van de schrik. Ik kan mijn neus heen en weer bewegen, gelukkig is hij niet gebroken.

Na een bak koffie en een shaggie pak ik de draad weer op. Ik schroef de kluis vast en pak mijn gereedschap bij elkaar. Voor ik vertrek kijk ik nog even in de spiegel.

De wallen onder mijn ogen zijn nu echt kobaltblauw geworden. Het lijkt alsof ik slachtoffer ben van huiselijk geweld. De leidsters van het kinderdagverblijf kijken me vreemd aan. Mompelend zeg ik dat ik een klein ongelukje heb gehad.

Jahaaaa, ik weet het!

Ik zoek in mijn tas of ik nog ergens een zonnebril heb. Ik kom van alles tegen, behalve een zonnebril. Ik zie er niet uit!

Als ik bij mijn fiets kom, kijk ik naar de stralende foto op mijn bakkie. Met een bonkende koppijn stop ik mijn gereedschap erin. Het liefst hang ik een zwarte lap over die foto.

Als ik op de Rozengracht stilsta bij een stoplicht, zie ik mensen naar de foto kijken, naar mij en weer terug. Geirriteerd denk ik: 'Jahaaaa, ik weet het!'

Een nieuwe klus

Na een week zijn de wallen zo goed als verdwenen. Het ziet er alleen nog uit alsof ik een nachtje heb doorgehaald. Op naar de volgende klus. Deze ga ik samen met mijn zoon Dane doen.

Dane is 18 jaar en timmerman. Het is onze eerste klus samen. We gaan een laminaatvloer leggen bij een Frits.
De klus was al een week eerder aangenomen.

Frits is een zeer nauwkeurige, alleenstaande man. Zijn huis is brandschoon en hij heeft iets houterigs over zich. Frits heeft het huis mooi leeg gehaald en zijn spullen keurig opgestapeld in de slaapkamer. Als Dane en ik aan de vloer gaan beginnen, blijft hij thuis.

Héél ver en héél lang

We beginnen met de ondervloer. Frits loopt me voor de voeten en vraagt bij elk vloerdeel of hij wel goed ligt. Vriendelijk zeg ik keer op keer dat het allemaal prima gaat.

Dane en ik kijken elkaar schuin aan. Nadat we de ondervloer hebben gelegd, beginnen we aan de eerste planken. Die kosten het meeste tijd, omdat die precies op maat moeten leggen, wil je de vloer recht houden. Het is dus een behoorlijke klus met passen en meten.

Frits staat achter mij met een rolmaat en een stofdoek. Hij meet alles na. Mijn vriendelijkheid ebt weg en wat overblijft is irritatie. Als Dane een plank heeft gezaagd, vraagt hij of hij de plank even mag nameten.

De rook komt me langzaamaan de neus uit. Ik loop naar Frits en zeg dat het heel vervelend is als hij zich zo met de klus blijft bemoeien. 'Zal ik dan even gaan wandelen?' vraagt Frits timide na mijn uitbrander. 'Ja, Frits, jij mag gaan wandelen. Héél ver en héél lang,' zeg ik kortaf.

Ik zie Dane zijn schouders omhooggaan en zijn gezicht loopt rood aan. Hij weet zijn lach in te houden. Als we Frits buiten zien lopen in zijn te kleine regenjas, gieren we het uit. 'Wat een eikel,' zegt Dane. Echt ma, als hij door was gegaan, had ik hem op z'n bek geslagen.'

Zeikerd

Frits blijft weg en Dane en ik hebben de vloer er aan het einde van de dag in. De volgende dag moeten alleen nog de plakplinten worden gelegd. Frits is dan gelukkig naar zijn werk.

Omdat Frits in het vakje zeikerds hoort, doe ik extra mijn best. Vooral let ik op dat de plinten strak in de hoeken komen te liggen. Er is een hoek die afwijkt. Koste wat kost wíl ik dat die plint strak in dat rot hoekje komt te liggen.

Uitschieter

Mijn stanleymes is extra scherp en ik snij reepje voor reepje een stukje van de plint af. In gedachten kanker ik op die zeikerd van een Frits, dat hij straks niet kan klagen over een schijtplintje.

Ik ben zó geconcentreerd bezig, dat ik net iets te hard met het stanleymes in de plint steek, ik schiet uit recht in de muis van mijn linkerhand. Het bloed stroomt eruit. Ik schiet omhoog, ren naar de wc om toiletpapier te pakken. Het bloeden wil niet stelpen. Dane komt erbij staan.

'Waarom doe je het dan zo precies ma?' Dat doen ze in de bouw ook niet hoor. Denk je dat ze in de bouw zo lopen te pielen omdat er iemand zeikt? Echt niet! Ze nieten hem aan de muur.'

'Maak jij het nog effe lekker erger,' reageer ik boos. Ik vraag Dane de klus af te maken. De wond bloedt als een rund. Ik haal de ketting van de fiets af. Als ik buk, kijk ik recht in de foto op mijn bakkie. Ik kan die grijns er wel afslaan!

De nieges

Met één hand aan het stuur en de andere zielig omhoog, schuifel ik naar huis. Als ik voor de deur sta, zie ik de buurvrouw aankomen. 'Wat heb jij nou aan je hand,' vraagt ze verschrikt.

'Gesneden bij een klant, ik was met Dane een vloer leggen.' 'Moet je gehecht?' 'Nee... zo erg is het nou ook weer niet.'

'Wat een pracht foto he,' zegt ze terwijl ze bij mijn fietsbak staat. 'Die foto brengt mij nieges! Ik haal hem eraf. Echt, ik zweer het je. Ik heb het ene na het andere ongeluk sinds ik die foto heb opgeplakt,' antwoord ik met pijn in mijn hand.

'Heb je nog reacties gehad, nadat je in De Telegraaf stond,' vraagt ze geïnteresseerd. 'Niet één telefoontje... En ik dacht nog wel dat ik personeel moest aannemen, omdat ik bang was dat ik het werk niet meer aan zou kunnen,' zeg ik lichtelijk beschaamd. 

'Wees blij schat, is alleen maar een hoop stress,' lacht ze.

FemNa40