Invloed leesopvoeding

Kinderen van ouders die veel lezen, voorlezen en een rijk gevulde boekenkast hebben, lezen op volwassen leeftijd zelf meer en schoppen het verder in het onderwijs. Kinderen spiegelen zich aan het leesgedrag van hun ouders.

 

Invloed

Behalve het voorbeeld dat ze thuis krijgen, heeft ook de directe begeleiding van het lezen invloed. Ouders die voorlezen en discussiëren over boeken, stimuleren blijvend het leesplezier van hun kinderen. Deze lezen daardoor op volwassen leeftijd zowel meer Nederlandstalige en vertaalde literatuur als detectives en romantische fictie (Notten, 2011).

De mediaopvoeding werkt ook door in de cognitieve en culturele ontwikkeling van kinderen. Dit wordt vooral zichtbaar in hun onderwijsprestaties. Kinderen uit gezinnen waar veel wordt gelezen, vooral als het gaat om Nederlandstalige en vertaalde literatuur, doen het beter op school. Het positieve effect op het opleidingsniveau is nog sterker als ze ook directe begeleiding hebben gekregen, in de vorm van voorlezen en discussies over boeken (Notten, 2011). Een ouderlijk voorbeeld van lezen blijkt voor de onderwijsprestaties belangrijker dan museum- of theaterbezoeken (De Graaf, De Graaf & Kraaykamp, 2000).

Een literair thuisklimaat is juist in een moderne maatschappij als Nederland van het hoogste belang. Hoe verder een land is in zijn culturele en economische ontwikkeling, hoe belangrijker de beschikbaarheid van boeken thuis blijkt voor de onderwijsprestaties (Notten, 2011).

Boekenbezit

Van de Nederlandse bevolking heeft slechts 2% geen enkel boek in huis. 35% bezit tussen de 1 en 50 boeken, 22% tussen de 51 en 100 boeken en 37% zelfs meer dan 100 boeken. Nederlanders zijn optimistisch over het aantal boeken in hun kast dat ze ook daadwerkelijk gelezen hebben. Driekwart komt op een schatting van meer dan 30%, de helft komt op meer dan 70% en bijna een kwart zelfs op meer dan 90% (Stichting Marktonderzoek Boekenvak/Intomart GfK, 2011).

FemNa40