Kinderlogica: jokertjes?!

Zijn grote zussen gingen ‘the Voice’ kijken, maar hij kwam mee naar zijn ‘zoete suikertante’. Mijn zwager kwam de verwarming regelen in mijn praktijkruimte ‘in wording’.

 

Mijn neefje

Banne, mijn neefje van 7, greep zijn kans en kwam al kletsend tegen zijn vader binnen. Gelukkig had ik de Sinterklaasdoos (met al wat verzamelde cadeautjes) afgedekt met een plastic zak. Onze laatste gelovige wilde ik koesteren.

Mijn partner en ik zaten nog aan de boerenkool. Het is mijn, maar ook Banne zijn lievelingsgerecht. Ik at mijn vegetarische stampotje met een lepel.  Banne zei dat je met een vork een betere berg kan maken, scherper en dan een kuiltje erin voor de jus. ‘Met een lepel kan je ook een berg maken hoor, maar dan wordt hij platter en wij eten het altijd met worst.’

Wat een genot zo’n kind over de vloer! Nou ja over de vloer, hij kroop nog lekker op schoot. Ik zei dat hij een mooi shirt aan had (zwart met wit gestreept). Ja, dat was bijna een boevenshirt, maar eigenlijk zijn bij een boevenshirt de strepen grijs i.p.v. zwart, legde hij uit.

Mijn zwager had en waterpas nodig en Banne en ik zochten dat in dekast in de berging. Geen probleem, gauw gevonden. Ondertussen kwamen we ook het autostoeltje tegen, Banne gaf aan dat hij er bijna niet meer in hoeft als hij met me meerijdt... nog een paar centimeter.

Even later moest er een bepaalde maat steeksleutel komen. Banne wist waar de zaklamp lag. Om deze te pakken miste hij ook nog een paar centimeter. ’Ik kan er bijna bij’ hoorde ik hem hardop zeggen.

Zo klein en toch al zo groot!

Samen gingen we naar de schuur om in de gereedschapskist te zoeken. Hij stoer met de zaklamp.

Zijn vader sleutelde verder en Banne babbelde verder bij mij in huis. Hij had het koud dus ik zocht een sweater van mijzelf op en Banne trok hem aan over zijn ‘bijna boevenshirt’. Mijn hart maakte een sprongetje. Kleren van een ander dragen vind ik een bepaalde intimiteit hebben. Wat is het toch een heerlijk joch!

Vervolgens was er een ijzerzaag nodig. Dit was een moeilijkere opdracht. Ik wist nog ergens op het erf een zaag te liggen, dus hup weer de zaklamp van de plank, jassen aan. Banne heeft een nieuwe winterjas, donzig en dik, blauw en hij noemt het zijn ‘Kwakkie jas’, naar zijn gelijknamige blauwe knuffel eend. Ik noemde het steeds zijn Alfred Jodokus jas en dan begon hij weer te giechelen.

Mijn vorige knalgroene auto noemde hij kikkerauto. Banne associeert gemakkelijk, hij is, net als ik een beelddenker.

Jokers

Dat beeld denken merkte ik ook toen we weer buiten waren. Banne vroeg (voor mij kwam die vraag echt uit het niets) of er ook boeven of monsters waren. Mijn automatische reactie was: ‘Nee joh, hier zijn geen boeven en geen monsters’. ‘Maar wel jokers’, zei hij. Ik vroeg hem wat jokers zijn. ‘Nou gewoon die zijn overal’. ‘Zijn die van TV of van de computer?’ ‘ Nee, gewoon, jokers zijn hier gewoon’. ‘En hoe zien ze er dan uit?’ ‘Eng, ze zien er eng uit!’
Ik vond het een boeiende conversatie. Dat kwetsbare ventje zo babbelend en echt een beetje bang. Het deed absoluut iets met me. Met mijn hele ik was ik bij hem, met woorden en met daden, onvoorwaardelijk.

Op onderzoek uit

We kwamen terug met wat bleek een boomzaag te zijn, dus moesten we naar de buren om beter materiaal te halen.

Gewapend met zaklamp gingen we hand in hand in het donker door de dikke mist een paar honderd meter verderop, bij de buren de zaag halen. Hij scheen met de zaklamp en concludeerde dat het licht dicht bij de lamp smal is en verder weg bredere wordt. Het is een bijdehand mannetje.

Op de terugweg had hij in eerste instantie de ijzerzaag in de ene hand en de zaklamp in de andere. Maar na een paar meter gaf hij mij de zaag. Wij waren nu beiden gewapend tegen de jokers die echt overal konden zitten. Zijn handje gleed weer in die van mij. Dat is toch veiliger. Hij vertelde dat als papa erbij was…dan was hij niet bang. Ik verzekerde hem dat ik altijd goed op hem zou passen. Maar  bij doorvragen bleek het verschil tussen papa en mij dat bij papa de pijlen van de jokers op zijn buik zouden afketsen. Tja, tegen een dergelijke logica kon ik niets inbrengen.

Maar toch vol vertrouwen liep hij naast me en kletste over een nachtspel op kamp, waarbij zijn vader in een boom zat en apen geluiden maakte, maar dat hij niet bang was, omdat mama bij zijn groepje was en dat hij papa zijn stem herkende en over dat hij binnenkort weer kwam logeren en over korfballen en voetballen. Hij vertelde dat hij goed kan voetballen, maar op korfbal zit. Ik vroeg of hij wel eens scoorde (oeps…dat zegt vast iets over mij).

De grootste overwinning van hun team was 11-2 en toen had hij er 5 gescoord. Het klonk totaal niet opschepperig, maar meer als een feit. Hij vertelde het alsof het nieuw was voor me en ik luisterde alsof alles nieuw voor me was.

Nog een spelletje

We waren terug met de zaag en gingen weer naar de kachel. Zullen we nog een spelletje doen Banne? ‘Ja dat met die eendenplaatjes’. Hij bedoelde het kleuterkwartet. Plaatjes en kleurtjes. Weer maakt mijn hart een sprongetje. Ik verloor dik, telkens weer. Het lijkt wel of hij door de kaarten heen kijkt!  Alleen als hij Kwakkie (de kaart met de blauwe eend) heeft dan verzaakt hij. Die geeft hij niet uit handen. Dat is de enige keer dat ik weet welke kaart hij heeft, dan komt er zo’n big smile op zijn gezicht.

Mijn zus, zijn moeder sms’te hoe ver de mannen waren. Hij sms’te terug (wat zijn kinderen daar toch handig in) dat hij gewonnen had met kwartetten. Eerst schreef hij op mijn mobiel: ‘ik win’, nog niet doorhebbend dat mijn zus dan leest dat ik win i.p.v. hij. Ik leg het hem uit, hij snapt het en maakt er ‘Banne wint’ van…en doet er een kussende smiley bij. 
Hij doet zelf ook nog even voor hoe de smiley dat doet…een kus in de lucht…

De verwarmingsklus is af en de mannen gaan weer. Mijn sweater houdt hij aan, de Kwakkiejas lekker warm eroverheen. In de berging wijst hij me nog op de afgedekte Sinterklaas doos. 'Als die doos voor de kattenbak blijft staan kunnen de katten er niet in hoor.’

Huppelend en keuvelend verdwijnt hij naast zijn vader in het donker, in de mist.

Zo groot en toch nog zo klein!

Tekst: Marijke Kroon

FemNa40